WELKOM BIJ DE GENERATIETUIN WIERDEN
 

Zoete Kroon

Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Synoniemen:
- Zoete Winterkroon.
- Van der Tuin's Eersteling. (takmutant)

Herkomst:
Gevonden door de heer S.H. Brouwer te Noordbroek in de tuin van mevr. Van der Molen-Stelmaker aldaar rond 1870 en door Brouwer rond 1890 in de handel gebracht.
Dit ras werd Zoete Kroon genoemd om het te onderscheiden van een ander Gronings ras, de Groninger Kroon, dat ook wel Zure Kroon werd genoemd. Dit ras werd hoofdzakelijk in Groningen en wat in Noord-Holland geteeld. De Zoete Kroon is later opgekomen en ook weer later afgevoerd dan de Zoete Ermgaard, namelijk in 1975, maar de vrucht is kwalitatief iets minder dan de Zoete Ermgaard. De appel is genoemd naar de vrouw van de heer Brouwer, Jantje Kroon. Ook de Groninger Kroon is naar haar genoemd.

Vrucht:
plukrijp: midden september.
consumptierijp: vanaf oktober tot februari.
afmetingen: vrucht tamelijk klein, vooral van de oudere bomen, iets breder dan hoog. breedte: 65-75 mm; hoogte: 60-70 mm.
kelkholte: matig ingezonken.
kelk: naar elkaar toegebogen, aan de basis elkaar rakens, kelk gesloten.
steelholte: middeldiep, straalvormig beroest
steel: kort, houterig.
schil: glad, iets vettig
grondkleur: geelgroen
dekkleur: rood gestreept, zeer fraai
vruchtvlees: zoet, geelwit vruchtvlees dat vaak glazig is.
klokhuis: steelwaards, ruime hokken, goed met zaden bezet. Vaak wat glazig en nat.

Gevoelig voor:
Geringe vatbaar voor kanker, schurft en moniliarot. Gevoelig voor fruitspintmijt, wantsen, zwavelbespuitingen. De vrucht wordt snel glazig.
 

Oogst:
Draagt tamelijk vroeg, regelmatig en goed. Heeft soms beurtjaren. Is voor een zoete appel zeer productief. Zoete Kroon op M2 is minder gevoelig voor beurtjaren.

Bewaren:
Tot in december. In koelhuis nog wat langer tot half februari. Zoete Kroon is in het zuiden van Nederland, in tegenstelling tot het noorden, slecht bewaarbaar en is dus daar een herfstappel. De middelmaat en grotere vruchten bewaren het best.

Gebruik:
Behoorlijke hand- en kookappel. Geschikt voor "hete bliksem".

Boom:
Groeit tamelijk/matig sterk en vormt een vrij grote, dichte boom.

Bloei:
Laat. Goed stuifmeel. Is zelf fertiel.